HOE RUIKT DE STEM VAN DE EEUW?
OMARMEND AMBER
CALLAS’ PERSOONLIJKE PARFUMVOORKEUR
PARFUM ALS BLINDEGELEIDE
Ik stond in 2023 niet echt stil bij het feit dat herdacht werd dat de ‘la voix du siècle’ 100 jaar geleden werd geboren. Wèl dat er naar aanleiding daarvan een mallotig ‘live concert’ was dat je kon volgen in de bioscoop waarin ‘la divina’ optrad als hologram. Waardeloos. Een jaar later gevolgd door de film over de laatste levensjaren van ‘de grootste kunstenaar van de 20ste eeuw (dixit Meryl Streep) gespeeld door Angelina Jolie. Waardeloos. Het allerergste eerbetoon en dat van mij linea recta door het afvoerputje kon: Marina Abramović’s conceptuele ‘7 Deaths of Maria Callas’-project.
Maria Callas vervangen, nadoen is onmogelijk. Moet je niet willen. De pech die veel beroemdheden ‘overkomt’: hoe langer van hun dood verwijderd des te meer de nadruk op het privéleven. Viel Callas ook ten deel: ze is voor de massa inmiddels gereduceerd tot fashion icon met veel pech in de liefde. En daarnaast: er is film- en fotomateriaal te over waarmee je een overtuigende documentaire kunt maken – inmiddels diverse keren gedaan.
Een soort van operaliefhebber, weet ik redelijk veel over haar – Maria Callas is voor mij een zuivere versie van een kunstenaar (iemand die niet in de gaten heeft hoe uitzonderlijk en anders die is omdat ze hun gift natuurlijk, vanzelfsprekend vinden zonder daarover pocherig te doen).
Wat fijn: The Merchant of Venice tekende een licentieovereenkomst met de Maria Callas Estate (beheert de artistieke en persoonlijke nalatenschap en activiteiten stimuleert die haar artisticiteit en persoonlijkheid promoot) voor ‘het eerste parfum dat haar naam draagt en aan la Divina is opgedragen’ zo lees ik. Zat in een overvolle doos met proefjes en die ik bij www.parfumaria.com had besteld.
Als ik dit lees vrees ik het ergste: ‘Het creatieve team van The Merchant of Venice is met zorg te werk gegaan om de veelzijdigheid en tijdloosheid van de goddelijke Callas te weerspiegelen. Zelfs de flacon is een eerbetoon aan haar, een onmiskenbaar icoon van stijl en elegantie, geïnspireerd op haar meest iconische looks en accessoires’ – fashion icon told you. Laat ‘met zorg’ en ‘zelfs’ ook even inzinken.
Ik was er weer eens niet bij: de lancering op 5 december (2023) in het Gran Teatro La Fenice in Venetië – ‘waar Callas triomfen vierde en daarnaast een permanente tentoonstelling over haar herbergt’. Fijn allemaal en zo, maar je kunt je afvragen of dit wel had moeten gebeuren. Hoe ‘chic’ ook gepresenteerd, het blijft toch uitmelken van beroemdheden. Dat er een ‘directe’ link is met de producent en de stad wil nog niet zeggen dat…
Dit artikel wordt onderbroken door een commerciële boodschap: ‘Vrijwel recht tegenover het theater kunt u de boetiek The Merchant of Venice bezoeken in Campo San Fantin. Deze fantastische flagshipstore, werkelijk uniek, is gevestigd in een prachtige 17de-eeuwse apotheek die in 1846 in zijn huidige vorm werd ingericht door architect Gianbattista Meduna, verantwoordelijk voor de wederopbouw van het Teatro La Fenice na de brand van 1836’.
Maria Callas is een geur waar je niks op tegen kunt hebben: niche in hapklare brokken. Maar in het licht van het overstelpende aanbod, overbodig. Ik betwijfel ook of de echt Callas-fan de geur zal aanschaffen. Dit is Maria Callas in ieder geval niet: ‘Een geur die het klassieke chypre-akkoord herdefinieert’, zoals de begeleidende tekst vermeldt. Ik hou het op een intens-elegante houtgeur met zoetige nasleep.
Niet slecht en gelukkig met een serieuze insteek gemaakt (bijzonder voor een celeb-geur) door Yann Vasnier. De frisse opening is als een zuchtje door de dogestad: citroen en mandarijn pittig gemaakt door zwarte peper (ruik je goed) die later wordt opgetild door een zweem van groen-zoete frisheid. Denk zwarte bes vermengd met groene noten. Lekker.

Dan ruik je de bedoeling van de geur: een krachtige roos-neroli-combinatie. Neroli geeft lucht en tempert de zoetheid van de roos, terwijl de groene noten blijven doorwerken. Tot dat die helemaal opgaan in een, ik zou bijna zeggen, stoere basis van patchoeli (in dit geval akigala, verantwoordelijk voor het amber-effect) omringd door cederhout die toch luchtig blijft. En dat komt weer op conto van georgy-hout: synthetisch cederhout met een luchtige, muntachtige ondertoon. Eindresultaat: een warme, ‘omarmende’ ambergeur.
Het is onbekend welke geuren Callas zelf gebruikte. Dit soort vragen stelde je natuurlijk als journalist niet in de ‘pre-glamour- en glossytijd’. Mocht het je al lukken een ‘termijn’ met haar te regelen. Ik denk dat ze de interviewer ongeloofwaardig zou hebben aangekeken: ‘Bent u niet voor iets anders gekomen?’ Het verhaal gaat dat ze Detchema (1953) van Revillon gebruikte (een flacon daarvan was te zien tijdens kijkdagen bij Sotheby’s veiling van haar memorabilia in 2015; ik kan de foto niet meer terugvinden) dat als een luchtiger en bloemiger versie van Chanel wordt gezien N° 5 (1921) – dat ook een favoriet van haar zou zijn. Ik zou als ik The Merchant of Venice was geweest voor een aldehyde (nu weer helemaal hip) hebben gekozen. De mare gaat trouwens ook dat ze Hammam Bouquet (1872) van Penhaligon’s gebruikte.
Dit artikel wordt onderbroken door wéér een commerciële boodschap: ‘Laten we teruggaan naar 1950,’ zegt Julia Koeppen, algemeen directeur van Penhaligon’s. ‘De gevierde operazangeres, bereidt zich voor op een optreden in het Royal Opera House. Terwijl haar stem de bewondering van duizenden mensen over de hele wereld oogst, begint haar gezichtsvermogen haar in de steek te laten. Maar de show moet natuurlijk doorgaan: Callas parfumeert zijden zakdoeken met Penhaligon’s Hammam Bouquet – haar absolute favoriet, duidelijk – en legt ze precies op de plekken waar ze die avond moest zijn’. Terzijde: zou Callas haar medespelers hebben verzocht om tijdens uitvoeringen gelieve geen geuren te gebruiken…

Dit allemaal wetende is het toch vreemd dat in de film waarin Angelina Jolie Maria Callas speelt – vanzelfsprekend zorgvuldig gemaakt en het tijdsbeeld zo natuurlijk getrouw indachtig, ondanks de overdreven styling – de kaptafel van Callas het moet doen zonder haar naar overlevering favoriete geuren, maar met Guerlains Shalimar, (1925), Madame Rochas (1960) en de amfora van Dior die Miss Dior, Diorissimo of Diorama bevatte. De duivel zit in de details. Of was het nu god?
In ieder geval: waarom vertelt die Koeppen nou niet dat Callas deze geur waarschijnlijk heeft geroken bij haar vriend: regisseur Luchino Visconti – het was zijn favoriet. De omschrijving ervan die ik tegenkwam op www.theblacknarcissus.com maakt nieuwsgierig: ‘Een nogal vuile, androgyne, poederachtige geur – met een duidelijke zweem van zweet – van roos, iris en sandelhout. Het heeft zijn engelachtige kanten, maar het feit dat het gebaseerd is op de Turkse baden in Jermyn Street zegt veel over de waarschijnlijke, veel sensuelere oorsprong ervan.’
Ik vraag me af of je bij de huidige versie nog ‘dat vuile’ ruikt…



