(ON)BESCHEIDENHEID IS EEN (ON)DEUGD
MIDDLE OF THE ROAD NICHE
RUIKEN NAAR EEN RESTAURANT-TOILET?
POEDERIG & ROKERIG ‘PRALINEHOUT’
De wereld heeft schrijnend behoefte aan parfumfluisteraars: onbevooroordeelden die makers – neuzen, creatievelingen, marketeers – af en toe nederigheid, bescheidenheid en realiteitszin influisteren en ze beschermen tegen en waarschuwen voor zelfoverschatting. Als ze dan niet willen luisteren, vraag ze dan in ieder geval – gezien de korte tijdsspanne van de gemiddelde lezer – hun wervende teksten in te korten. It’s all #perfume #tiktok these days.
Moest hieraan denken bij het ontstaansverhaal van Orens (anno 2018). Ongeveer 650 woorden op hun site. Welke geurengek leest dit in hemelsnaam? Afgezien van de lengte, zijn het de aanstellerigheid en de clichés die irriteren. Vraag me af of ik het moet delen? Me beperken tot de hoogtepunten? Nou vooruit, twee alinea’s enigszins ingekort.
Een: ‘Er wordt verteld dat vier professionals, die elkaar niet kenden, aan vier ontdekkingsreizen begonnen die één ding gemeen hadden: passie voor parfum. Deze experts, gespecialiseerd in verpakkingsontwikkeling, ontwerp, verkoop, marketing en geuren, waren elk op een zakelijke missie om antwoorden te vinden in de wereld van de parfumerie’.
Twee: ‘Het lot bracht hen samen. Naast avonturen onderweg, wisselden de reizigers verhalen uit over hun passie en kennis van parfums, en bespraken projecten en ambities, waardoor ze de hele nacht wakker bleven. Parfumerie was het belangrijkste gespreksonderwerp, totdat het woord ‘Orens’ viel’.
Lang verhaal kort: ‘Het afgelegen Orens, bekend als geheime tuin met verbazingwekkende, eeuwenoude zuilen en ongeëvenaarde selectie zeldzame bloemen en mystieke planten, werd door velen bezocht, maar slechts door enkelen bereikt’. Geruststelling of teleurstelling: Orens kun je niet googelen gezien het een imaginaire tuin is – de zoveelste in de parfumerie. Er volgt nog heel wat parmantig blablabla. Ook wat het beschrijven van de composities betreft.
Nila Douce (2025) – als ik me niet vergis betekent het vrij geïnterpreteerd donkerblauw – is als een quasi-poëtische fluistering van blauw ‘waar de hemel verlangen ontmoet’, wat dat ook mag betekenen. Ook lekker cliché-dromerig: ‘Nila Douce nodigt uit het onbekende met finesse te verkennen – een diepblauw als een geheim gedragen, een geurjuweel dat een zacht en onvergetelijk spoor achterlaat’.
Pff, nu in klare Geurengoeroe-taal. Nila Douce is degelijke niche. Wil zeggen je ruikt kwaliteit, maar de verwachtingen die het merk oproept, maakt het niet waar. Kun je ook niet als je zo aan het ronken bent, typerend voor de nicheparfumerie in het algemeen. Te grote beloften, te weinig concrete ‘bewijzen’.
Zit te denken: ‘Wie zou ik dit parfum aanraden?’ De geur is namelijk moeilijk in de zin van ‘donker hout’, dat je met een beetje fantasie kunt associëren met te sterke, chique geurstokjes op toiletten in restaurants. En dat is toch een probleem: de ‘betere’ horeca heeft oudh en andere donkere houtsensaties zó omarmd, grote kans dat je ruikt naar de geurverspreider op het toilet. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.
In ieder geval, een vriendelijke opening. Meer groen door (een wel heel mooie) davana-noot, dan citrusfris (earl grey thee met bergamot als spritz) als een flits want het draait om het bonbonnetje in het hart (een melange van tonkaboon en bonbon) sensueel ondersteund door cistus labdanum en krachtig gemaakt door het houtachtige cypriol (ook wel bekend als nagarmotha). Vervolgens wordt een enorme vuurpijl afgeschoten – gevuld met cederhout, sandelhout en iets oudh-achtig – die landt in een fond van de banketbakker: romig vanille en poederig musk. Laten we de iris niet vergeten – een elegante schakel tussen hart en basis. Maar om het nu ‘een krachtige, verslavende en diep sensuele geur’ te noemen? Bescheidenheid is een deugd.
Bij de flacon is sprake van een ‘kunstwerk dat in zijn tube-vorm doet denken aan de zuilen van de Orens-tuin’. Je koopt de geuren van Orens in een 2 x 50ml-pakketje -‘een symbool van reislust, een handig reisaccessoire dat voor altijd de wereld zal blijven rondreizen’ en, schrik niet, ‘de patronen zijn geïnspireerd op aanwijzingen die tijdens het avontuur van de reiziger zijn verzameld en een plaats en tijd vertegenwoordigt waarin herinneringen zijn ontstaan’.



