KOM MIJN ROOS, WORDT EEN KOMIJNROOS
Jaar van lancering: 2006
Laatst aangepast: 08/01/13
Neus: Daphne Bugey
Concept & realisatie: Fabrice Penot, Eddie Roschi
In Arabische contreien zullen ze er waarschijnlijk om glimlachen: rozen voor mannen – de kreet waarmee Le Labo Rose 31 introduceert op hun site. Als een Arabier een rozenparfum draagt, dan vindt hij niet dat hij – volgens Le Labo – ‘a symbol of voluptuousness and unqualified femininity in perfume’ draagt. Een rozenparfum mag van hem naar alles ruiken: als een chypre, zoet, bloemig, poederig, houtachtig, dierlijk, als ze maar een roos blijft. Daar is niets verwijfd aan. In de westerse wereld wordt daar grosso modo nog steeds anders over gedacht.
Moet maar eens veranderen vond in 2006 Le Labo, het jaar waarin het nichehuis werd geopend. De bedoeling: ‘de beroemde Grasse-roos transformeren naar een assertieve en viriele mannengeur’. Het effect: ‘wat typisch vrouwelijk, typisch mannelijk is met behulp van de centifoliaroos veranderen in een verontrustende ambiguïteit’.
Het moet gezegd: Daphne Bugey (die voor Le Labo ook Bergamote 22, Neroli 36 – beide ook uit 2006 – samenstelde) doet het voortreffelijk. Want het idee dat wij westerlingen van een rozengeur hebben – zoet, lieflijk, onschuldig dus vrouwelijk – gooit ze vol overgave overboord. Ze presenteert een roos bedolven onder kruiden, geschraagd door hout, vilein gemaakt door animale noten. Het resultaat: een roos die zoet is, maar door de droog-kruidige en animale nasleep het tegenovergestelde is wat wij westerlingen van een rozenparfum hebben.
Maar om dit nu te classificeren als een mannelijke roos? Het is voor mij eerder een treffend voorbeeld van een ‘niche-roos’. En dat is een roos die de consument verrast, haar ‘opdient’ als wat hij in eerste instantie niet verwacht. Rose 31 is noch vrouwelijk, noch mannelijk, wél zeer attractief voor alle rozenparfumliefhebbers die eens willen genieten van een nieuwe visie op roos.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Nog even de handelswijze van Le Labo. De naam van een geur verwijst naar het hoofdingrediënt, het getal naar het aantal gebruikte ingrediënten. Dat wil dus niet altijd zeggen dat je een geur krijgt die ruikt naar het belangrijkste ingrediënt (probeer maar eens Tubereuse 40 uit 2006). Met Rose 31 ontmoet je een roos die besloten heeft anders te ruiken. Wat mij boeit aan de geur: de extreem droge nuance.
Alsof een schilder een roos op het doek heeft vastgelegd, maar niet tevreden met het resultaat ‘haar’ bedekt met nieuwe, donkere lagen – kruiden dus. Maar toch, even in het begin straalt de ‘vrouwelijke’ roos. Opgeroepen met een druppel aldehyden die een flits van frisheid geeft, maar vervolgens snel kopje ondergaat in kruidenbouillon van komijn (foto), peper, kruidnagel en nootmuskaat. Maar het is vooral de kruidige komijn die de toon bepaalt, die de roos droog en ‘alternatief’ poederig maakt (in vergelijk met de iris). En dat ‘droge’ wordt versterkt door de houttonen in de basis: een melange van wierook (is ook hout in feite), cederhout, guaiac, oud en vetiver.
‘Ter compensatie’ worden sensuele zoetmakers – amber, cistus labdanum (verantwoordelijk voor het animale effect) – toegevoegd die garanderen dat Rose 31 niet te stoer, niet te ‘mannelijk’ wordt. Met andere woorden: deze roos is ook zeer geschikt voor vrouwen.
RUIK & VERGELIJK
Andere rozengeuren die niet typisch vrouwelijk ruiken. Opvallend: afkomstig van nichehuizen voor wie het verschil tussen mannen- en vrouwengeuren een gepasseerd station is.
The Different Company Rose Poivrée (2001)
Motnale Black Aoud (2006)
Byredo Rose Noir (2008)
Olivier Durbano Pink Quartz (2010)

