ZWOEL ZAND ‘VERWAAID’ DOOR EEN MILD BRIESJE
Jaar van lancering: 2012
Laatst aangepast: 20/102/12
Neus: Pierre Guillaume
Concept & realisatie: Pierre Guillaume
Dit is misschien wel mijn laatste recensie, want morgen is het 21/12/12 en breekt volgens de Maja-kalender hel en verdoemenis uit. Mocht Amargeddon echt gebeuren: bedankt voor het volgen van mijn blog. Traan. Anyway, je topografische en algemene kennis neemt toe als je je laat uitnodigen door nichehuizen. Veel zetten voor je plaatsen en oorden op de kaart die je zelfs niet kent ‘van horen zeggen’. Zo ook de 22ste geur van Parfumerie Générale waarmee Pierre Guillaume tegelijkertijd zijn tienjarig jubileum viert.
22 Djhenné is niet de naam van een hippe dj in het dancecircuit zoals ik dacht, maar van Djenne. Een plaats op een eiland dat ligt in de Nijldelta in Mali. Dan weet je wel ongeveer hoe de geur moet ruiken: een groen toevluchtsoord in een tropische setting.
Maar niet heus. Volgens Guillaume is de geur meer warm, meer zon dan ‘schaduw schenkend’. Hij omschrijft die zelf als een ‘warme schaduw, een leerachtige sluier van gouden koren en mirre bescherming biedend tegen de brandende hitte door munt en sering’.
Ik las ergens op internet dat Guillaume ‘never had been there, he don’t want any comparisons with this Malian city. It’s just a metaphor. I meant a fresh accord surrounded by hot sand.’ Ik zeg dan: noem de geur dan niet zo. Maar welke naam dan? Sables. Bestaat al. Annick Goutal uit 1985. Terwijl 22 Djhenné voor mij beter zand vertolkt in een geur door het poederige en ‘korrelige’ effect. Sables soufflés…?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De geur gaat erg ‘lavendel’ van start. Guillaume gebruikt drie soorten: lavandine, lavande pays en lavande Barrême. Hieraan koppelt hij munt, een vijgachtige noot (stemone), alsem en oranjebloesem. Geeft een prachtig frisgroene, maar zonnige opening die samen heel vaag lijkt op galbanum. En toch kun je ze stuk voor stuk detecteren. Ook de enige bloem: sering. Fris, zwoel en zacht. Laatste twee effecten worden versterkt door een hooi- en stroachtige noot die er vanaf het begin is. Even zonnig.
Dat is volgens mij dus die nieuwe graannoot (van producent Robertet) gecombineerd met cederhout die in de basis zowel een balsemachtig (versterkt door cacoa) als een geroosterd effect heeft (versterkt door de droog-stoffige noten van komijn en karwij). Stroachtig dus. Fascinerend hoe de kruidige noten in elkaar overlopen en mooi worden opgezogen door mirre.
Samen kun je het met een beetje fantasie warm zand noemen dat door je handen glijdt. Ik noem het ‘het nieuwe poeder’ in de parfumerie in tegenstelling tot het ‘oude’. Poeder dat meestal wordt opgeroepen met een melange van musk, heliotroop en amandel. Alleen wat mij bijna ontgaat: de leernoot. Of laat ik het zo schrijven: als het warme zand heel lang op je huid kleeft, neem je vaag iets van leer waar. Alleen niet zoveel als Guillaume had beloofd.
Mooi, elegant 22 Djhenné maar ook een beetje vaag. In die zin dat je niet een duidelijk omlijnd parfum ruikt maar een aaneenschakeling van impressies
RUIK & VERGELIJK
Heb de geur niet bij de hand, maar ik op de een of andere manier moet ik heel sterk denken aan onderstaande geur waarin sering wordt gecombineerd met de geuren van een bakker die je in het voorbijgaan opsnuift…
Frédéric Malle En Passant (2000)

