‘UN PEU DANDY, UN PEU ANIMAL’
Jaar van lancering: 2007
Laatst aangepast: 07/10/12
Neus: Lucien Ferroro
Model: onbekend
Concept & realisatie: Gilles Thévenin
Elke keer als een vetivergeur wordt gelanceerd, denk ik: ‘Moet ik die óók bespreken?’ Want met welk verhaal/inspiratie het desbetreffende merk ook komt, het komt toch neer op hetzelfde: de nog steeds fascinerende combinatie van fris groen en droog hout wederom gevangen in een flacon. Zo ook Le Vétiver van Lubin.
Het leuke en ‘gevaarlijke’ aan de naam: door het te voorzien van ‘zijn’ lidwoord – le – wekt het de indruk – waarschijnlijk (on)bedoeld – dat het le (dus dé) absolute vetiver is tot nu toe verschenen. In mijn geurendatabase kom ik geen ‘oude’ vetiver van Lubin tegen. Le Vétiver is dus ‘nieuw’ en logisch, gezien elk huis (vintage, niche of massmarket) er nu een in zijn assortiment moet hebben. De reden: mannen blijven er verzot op. Lubin presenteert niet zo maar weer een vetiver.
Het legt de lat dus hoog. Het moest een andere vetiver worden, geen interpretatie van het bekende thema of variatie daarop. Sleutelwoord: winter. Een ‘Vétiver d’Hiver’ dus. Het idee volgens de man die het huis nieuw leven in heeft geblazen; Gilles Thévenin: ‘Een aristocraat die na een dag jagen op weg naar huis een tussenstop maakt om een kathedraal te bezoeken waar hij de geur van wierook in zich opneemt’.
Toen de geur klaar was, kreeg hij een ander beeld voor ogen: de herinnering aan een ‘groene’ man, een mysterieus persoon uit Keltische sagen. Een soort oerman, voor wie vrouwen bang waren maar er zich ook tot aangetrokken voelen. Waarom? Het betrof wél de god van de vruchtbaarheid. Die zou dus een naam moeten hebben, maar die wordt niet gegeven. En ik heb geen zin om dat op te zoeken.
Maar hoe vertaalt zich dat nu echt in de geur? In overdrachtelijke zin: de christelijke aristocraat versus de ontembare heiden. Ofwel, ‘un peu dandy et u peux animal’, zoals de neus Le Vétiver beschrijft. In ‘geurlijke’ zin: het aardse vetiver (animal) verrijkt met rokerige noten (dandy).
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Opvallend: zonder het achtergrondverhaal gelezen te hebben, moest ik bij de eerste spray denken aan iets koel, koud en ijs-achtig. Vetiver net uit de bevroren aarde getrokken, wat in principe niet kan – gezien de natuurlijke habitat van vetiver. Dit coole gevoel wordt opgeroepen met grapefruit, sinaasappel, mandarijn en neroli. Ofwel bitterfrisse, zoetfrisse en bloemigfrisse noten geassembleerd tot een ‘vries’-effect. Geholpen volgens mij door een aldehyde- en ozonakkoord.
Dan de opkomst van vetiver (foto). Mooi en elegant en zoals je vetiver wil ruiken: droog, zonnig, fris en aards. Voor mij is het vooral het droog-houtige aspect dat de overhand neemt. Moet zogezegd een ‘animaal’ spoor krijgen door een kruidenmelange van kruidnagel, nootmuskaat en peper. Ruik je inderdaad goed, maar of dit nu animaal is? De afronding is ‘dandy’ zoals je wilt: strak cederhout, melkachtig mirre, rokerig wierook en stoer tabak. En dat ruik je pas goed als Le Vétiver langer op je huid zit.
De geur wordt mooi warm en rokerig zonder afbreuk te doen aan de de houtachtige frisheid van vetiver. By the way: leuke flacon die op de een of andere manier een soort sixties-touch heeft, terwijl op dat moment pure vetiver niet echt geliefd was bij mannen (behalve de klassiekers van Carven, Givenchy en Guerlain). Althans bij mannen die geuren gebruikten voor de ruik, niet in de vorm van een aftershave, want dat was toen echt nog een ‘dandy-ding’.
RUIK & VERGELIJK
En natuurlijk heb ik Le Vétiver al eerder geroken bij andere huizen. Kan niet anders. Vetiver als ingrediënt verspreidt, hoe je het ook verpakt toch dezelfde boodschap. Voor mij is Le Vétiver een samengaan van de volgende vetivers:
Roger & Gallet Vetiver (1992)
Creed Original Vetiver (2004)

