KUNST OMDAT HET MOET;
DECENTE OPULENTIE, DISCRETE LUXE
Jaar van lancering: 2006
Laatst aangepast: 15/12/11
Neus: Egon Oelkers
Artistic direction: Thorsten Biehl (foto)
Neuzen hebben het tegenwoordig niet makkelijk. Tenminste als ze voor de grote geurproducenten werken. Dat is lopende bandwerk waarin weinig plaats voor creativiteit. En ook zo tegen de creatieve vleug instrijkend: ze zich moeten laten inspireren door de marketingverhalen van de opdrachtgever. Zo gaat het verhaal. Er zijn inmiddels veel neuzen en marketeers die, moe van dit alles, voor zichzelf beginnen.
To name a few: Le Labo (2006), Etat Libre Orange (2007), By Kilian (2007), Atelier Cologne (2010) en Olfactive Studio (2011). En andere mogelijkheid voor neuzen: onderdak vinden bij ‘huizen’ waar ze geuren kunnen creëren als kunstwerken zonder ‘kostenplaatje’ te hoeven denken. Guerlain doet het in zekere zin met de L’Art et La Matière-serie (2005).
En Biehl werd er speciaal voor opgericht in Hamburg: ‘Een vrije ruimte waar parfumkunstenaars hun buitengewone creaties aan het publiek kunnen presenteren’. En om zichzelf een bestaansrecht te geven, volgt er een nogal pompeuze verklaring waarin onder meer het begrip kunst wordt uitgelegd: ‘Een druk bediscussieerd begrip dat altijd opnieuw wordt geïnterpreteerd. Maar wat blijft is dat kunst een zaak voor de weinigen, niet voor de massa is’.
En: ‘Is parfum ook kunst?’ Het te verwachten antwoord: ‘Bij Biehl op zijn minst. Bij Biehl geen massawatertjes, geen zogenaamde designergeuren’. Wel: ‘Een olfactorische galerie, zonder rekening te houden met marktonderzoek, marketing en maximale marges. Wat telt is kwaliteit en exclusiviteit, en dat heeft niet alleen betrekking op de inhoud’. Zo, nu jij weer!
Dit alles zegt iniatator Horsten Biehl, zoon van de beroemde parfumeur Henning Biehl, die sinds 20 jaar geuren maakt voor – niet bij naam genoemde – klanten over de hele wereld en daardoor contacten onderhoudt met de – niet bij naam genoemde – beste neuzen en – niet bij naam genoemde – creatiefste mensen in de branche. Het vormt het compromisloze, enthousiaste en radikaal-moedige pontentieel van Biehl. Zo, nu jij weer!
Hij is zelf erg te spreken over de presentatie. Heeft volgens hem een hoog smaak-gehalte, want geen supermodelschijnwereld, geen overdreven verpakking en dito flacon waardoor er wordt geconcentreerd op het wezenlijke: de inhoud. Nu hoeft het voor mij niet altijd By Kilian te zijn, maar ik vind het allemaal wel heel erg sober, standaard en calvinistisch.
Niet echt een esthetisch genoegen om naar te kijken deze minimale simpel- en saaiheid. Door Biehl puur genoemd. Ook met de namen is het soberheid troef, waardoor er geen mogelijkheid is om je fantasie te laten prikkelen wat nog eens wordt ‘benadrukt’ door het ontbreken van inspiratiebronnen. Je herkent de genummerde geuren – inmiddels 14 – aan de eerste letter van de voor- en achternaam van een van de zes neuzen: Arturetto Landi, Egon Oelkers, Geza Schön, Hennig Biehl, Marc Buxton en Patricia Choux.
En deze benoeming vinden veel mensen artistiek. Ik: artistiekerig en quasi modern. De allereerste geur werd gemaakt door Egon Oelkers: EO 01. Zijn kenmerken volgens Biehl: harmonie, decente opulentie en discrete luxe die tot uiterst geraffineerde en uitgebalanceerde composities leiden – een synergie van bloesems.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
EO 01 is een ‘samenvloeien van vruchten, kruiden en nobele houtsoorten, een warme balsem voor de ziel’. De opening is heel even fris met nectarine en bloedsinaasappel om vervolgens een zacht-kruidig pad in te slaan besprenkeld met kardemon, abrikoos, nootmuskaat en kokos. Vooral laatste twee ruik je zeer goed.
Alleen, de bloemen verdrinken hierin ook: ‘rozenhout’, iris, orchidee en lelietje-van-dalen. De kruidigheid krijgt door de iris een elegante ‘stoffige’, droog-houtige finish versterkt door vetiver, patchoeli en ceder- en sandelhout. EO O1 ‘implodeert’ in een gourmandachtige, sensuele zoetheid van musk, amber, styrax, vanille, tonkaboon en… de kaneel die samen met nootmuskaat uiteindelijk boven de rest van de compositie uitkringelt.
Zachte en elegante kruidigheid. Maar of hier nu echt sprake is van kunst… dat dan weer niet. Er is geen ‘schok van het nieuwe’ of dat je neervalt van verbazing omdat het gourmandprincipe zo origineel wordt ingevuld.
RUIK & VERGELIJK
En dat maakt van een andere geur, waaraan ik niet alleen direct moet denken, in een keer – als je EO 01 daadwerkelijk als kunst beschouwt – meer bijzonder:
Givenchy Organza Indécence (1999)
Onderstaande twee geuren hebben eenzelfde zoetheid alleen eendimensionaler, meer ‘vanillegericht’:
Dior Addict (2002)
Boucheron Trouble (2004)
De geur wordt ook vergeleken met onderstaande geuren. Ga dat binnenkort ook doen
Frapin Caravelle Epicée (2007)
Parfumerie Générale 18 Cadjmere (2009)
En nu moet ik in ene denken aan:
Serge Lutens Rousse (2009
