JAREN ZESTIG PARIJSE PARFUMCHIC GESUBLIMEERD TOT PARFUMPERFECTIE
Jaar van lancering: 1983, 2008
Laatst aangepast: 13/12/11
Neus: Guy Robert
Artistic direction: Christopher Chong
Soms is het voor mezelf interessant een oude parfumrecensie te herlezen en de geur opnieuw op me te laten inwerken. Is mijn mening veranderd… begreep ik de geur toen wel goed? En ik heb ondertussen zoveel meer geroken, waardoor je eerder beschreven geuren beter kunt plaatsen.
Doe het nu met het eerste parfum van Amouage. Heette bij lancering in 1983 nog Amouage, maar is om het 25jarig jubileum te vieren omgedoopt tot Gold.
Dit schreef ik augustus 2008: in 1983 ontstond het initiatief om ‘het kostbaarste parfum ter wereld uit te brengen’. De man achter dit project was niet de minste, namelijk Sayyid bin Hamud bin Hamoud al bu Said, lid van de koninklijke familie van de golfstaat Oman.
Amouage is het enige parfum dat zich met recht ‘het erfgoed van de rijke, 2000 jaar oude beschaving van de Oriënt’ mag noemen, schrijft het persbericht. Het wil een link leggen tussen de verfijnde, moderne luxe van de Franse parfumerie en de traditionele waarden van een eeuwenoude Arabische cultuur.
Speciaal werd voor Amouage in de hoofdstad van Oman, Muscat, een fabricagecentrum gebouwd. Steeds terugkerend element in de met hand afgewerkte flacons van Frans kristal gevormd naar een minaret: het vlechtwerk van 24 karaats gouddraad geïnspireerd op de vensters van woningen in het Midden Oosten. Natuurlijk is iedere flacon afzonderlijk genummerd en voorzien van een certificaat van echtheid.
Liefhebbers opgelet: niet alle Amouage-flacons zijn beschikbaar voor de publieke verkoop. Zo is de meest luxueuze uitvoering te bewonderen in de Amouage-showroom te Muscat en wordt die alleen als geschenk gegeven aan hoogwaardigheidsbekleders die Oman bezoeken – een carrièrewending waardig! Wil je die moeite niet nemen, vanaf 425,00 euro ben je eigenaar van een 30-mlversie.
Hier voeg ik nu aan toe: sinds 2008 is de presentatie veranderd. Minder ‘Midden-Oosten’-sprookjescliché, strakker en daardoor, overtuigender.
En het huis is steeds meer uitgesproken en verfijnder – waarvan de Library Collection en nog beter de Attar-lijn getuigd – geworden met de geuren die sinds 2007 zijn verschenen.
Moest ook wel: de concurrentie uit ‘eigen hoek’ wordt ook steeds groter met de opening van nieuwe ‘honderd procent’ Arabische parfumhuizen. Hiervoor heeft het in 2006 Christopher Chong als artistiek directeur aangetrokken. Zijn taak: ‘het internationale karakter van het huis vergroten en het luxe-imago versterken’.
Dat hij uit de operawereld afkomstig merk je: de geuren zijn ‘dramatischer’ geworden, vertellen nu meer duidelijke verhalen die je als het ware vanzelf de geuren ‘intrekken’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dit schreef ik toen: Guy Robert, die onder meer Calèche van Hermès (1961) en Diors Dioressence (1979) op zijn naam heeft staan, kreeg een opdracht die even duidelijk als simpel was: ‘maak het kostbaarste parfum ter wereld!’ Daar had hij geen moeite mee, en was zo tevreden dat hij de geur omschreef ‘als een symfonie die de kroon op mijn werk is als neus’. Alleen is het jammer, dat er geen ingrediënten zijn prijsgegeven. Dit wellicht om het mysterie te vergroten.
Toch is bij het herhaaldelijk ruiken niet moeilijk om een echt klassiek-westers parfum te onderscheiden op basis van klassieke parfumbloemen – roos, jasmijn, lelietje-van-dalen. Dat in de basis pas echt zijn zinnelijke boodschap prijsgeeft met ware oosterse ingrediënten als hars van de cistusroos, ambergris (de echte naar wordt beweerd), civet (de synthetische naar wordt beweerd), musk (de echte naar wordt beweerd) en natuurlijk ceder- en sandelhout. Heftig, overrompelend, erotisch en toch elegant.
Dit voeg ik nu toe: Guy Robert creëerde ook Madame van Rochas in 1960. En het is interessant om te ruiken hoeveel overeenkomsten Gold heeft met zowel met Calèche als Madame: de opvallende aldehyden in de opening die de geur het hele traject begeleiden, maar vooral de bloemen – roos, jasmijn en het lelietje-van-dalen – in het hart zo prachtig ‘poederig’ ondersteunen.
Gold doet dit nu alles in de overtreffende trap: zachter, eleganter en gelaagder. Het kan ook zijn dat bij de lancering van zowel Calèche als Madame deze geuren ook zo hebben geroken als nu Gold doet, maar dat de finesse en intensiteit door de in de loop der tijd uitgevoerde aanpassingen naar de achtergrond is verdwenen.
Eigenlijk opvallend hoe klassiek-westers Gold is. Het Midden-Oosten-cliché – zoals bij Yves Saint Laurents Opium (1977) – ontbreekt geheel. Hoe langer de geur op de huid zit, hoe meer hij gaat leven. De zachte noten van sandelhout vermengen zich dan met wierook en mirre en maken Gold niet rokerig, maar eerder zacht als zijde. Gold wordt melkachtig en krijgt hierdoor een zekere cleane en zeperige toets, maar blijft elegant bloemig.
Ook subtiel: de licht-sensuele-animale noot opgeroepen met ambergris, civet (tekening) en musk. Dit is echt een geur voor vrouwen die toch klassiek willen ruiken, maar bijvoorbeeld N° 5 (1921) van Chanel te ‘stroperig’ en te ‘abstract’ vinden. Leuk: de overeenkomsten met de Gold Men (1983). Wanneer ik deze geur – bespreek ik morgen – draag, menen mensen vaak dat ik vrouwengeur draag.
RUIK & VERGELIJK
In het verleden werden wel meer parfums begeleid met de slogan ‘het kostbaarste ter wereld’. Let wel, het betrof hier creaties die na verloop van tijd gewoon in de parfumerie te koop waren en nu nog zijn. En is er nóg iemand bijgekomen – Clive Christian – die claimt het duurste parfum ter wereld in huis te hebben! In 2007 is dat officieel bevestigd door het Guinness Book of Records – voor wat het waard is. En bij Joy van Patou werd de slogan ‘le plus chèr du monde’ veelal verkeerd begrepen. Het kostbaarste sloeg niet op de prijs van het parfum, maar op hetgeen waarnaar bijna iedereen streeft: geluk.
Patou Joy (1935)
Giorgio Beverly Hills Giorgio (1981)
Clive Christian Clive Christian (2001)

