GROEN ALS HET GERUIS VAN KNISPERENDE BLADEREN
Jaar van lancering: 2011
Laatst aangepast: 19/11/11
Neus: Oliver Polge
Model: Charlotte Gainsbourg
Fotografie: Steven Meisel
Nicolas Ghesquière zegt over L’Essence: ‘Het vervolg en een nieuw begin. Ik wil de essentie, het karakter van Balenciaga Paris naar voren brengen. Als een modesnit, je kunt er eeuwig over nadenken. L’Essence onthult een nieuw verhaal. Om iets nieuws te ontdekken moet je altijd terugkeren naar het verleden’.
Nou, dit lijkt me een beetje overdreven: ‘er eeuwig over nadenken’ en ook dat je voor iets nieuws altijd moet terugkeren naar het verleden. Anyway, L’Essence is een variatie die ‘alle elementen van Balenciaga Paris, de geur verbonden met de ziel van het modehuis bevat’.
Alleen is L’Essence geconcentreerder maar anders, duidelijk anders… L’Essence is de essentie en toch een vloeibaar raadsel. L’Essence is groen’.
Maar nu komt het: ‘Ghesquière koos bewust om met de regels die gelden voor parfums te spelen en het begrip dat zowel bij mannen als vrouwen over een groene geur heerst, wakker te schudden’. Want: ‘Groene geuren zijn traditioneel mannelijk, zoals eau de cologne. Echter, het belangrijkste ingrediënt van Balenciaga Paris is het groene blad van het viooltje. Ik wilde uit deze bijna tegenstrijdige inspiraties, iets voor vrouwen creëren.’
Klinkt mooi, maar klopt niet helemaal: eau de cologne is per definitie niet mannelijk, zeker niet groen. En groene geuren zijn helemaal niet mannelijk en mocht het zo zijn (geweest), al lang geleden ‘ontmachoot’. Balmain deed het in 1945 met Vent Vert. En ruik voor de lol eens aan de geurengolf die eind jaren zestig, begin jaren zeventig door de parfumerie waaide: groener dan groen maar nog steeds op en top vrouwelijk. En van iets recentere datum: (untitled) van Martin Margiela (2010).
Nieuwsgierig? Hier de reden waarom Ghesquière ook koos voor Charlotte Gainsbourg als boegbeeld voor L’Essence: ‘Haar recente keuzes voor indringende films. Haar album. Haar optredens. Ik kende deze kant van Charlotte niet’. Vreemd.
Daarom creëerde hij een geur ‘die de meest persoonlijke kant van haar vangt, die zo dicht mogelijk bij haar uitzonderlijke uitstraling komt’. Want ‘dicht bij Charlotte komen, betekent deel worden van haar mysterie. Ze houdt vast aan haar geheimen’.
‘Toch is Charlotte open, maar rebels. Ze is een schoonheid die niet strookt met de tijd. Ze is één van die mensen die, door hun zachte, raadselachtige wijze, een bepaalde timiditeit uitstralen. Ze is oprecht zonder compromissen, haar uitdrukking spreekt boekdelen. Het is een oprechte uitdrukking, net als een spiegelbeeld. Een uitdrukking die hunkert naar veranderingen, maar die altijd haar innerlijke stem volgt. Dit is de essentie van Charlotte. Dit is L’Essence van Balenciaga’. Zo, nou jij weer!
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Maakt deze verkeerde constatering van Ghesquière de geur zelf minder interessant? Nee. Opvallend is dat het zoete viooltje van Balenciaga Paris (2010) zijn plaats heeft moeten afstaan aan het groene blad van het viooltje. Die tegenwoordig zo worden gekweekt: zie foto. Het effect: de geur is minder bloemig en poederig.
Viooltjesblad is een nu erg populair ingrediënt omdat het geuren een dauwachtige en intens frisse groenheid geeft. En dat ruik je, door Balenciaga omschreven als ‘een frisse wind uit het bos die op huid een jeugdige energie onthult – feilloos eerlijk en authentiek’.
Om deze groenheid te versterken werd vetiver toegevoegd. Ook fris en groen, maar dan meer aards. En om dat laatste weer te versterken werd vetiver gekoppeld aan patchoeli.
En toch: echt aards wil het niet worden, daarvoor is de geur te opgepoetst, te clean. Hij lijkt wel of de vetiver en de patchoeli naar de stomerij zijn geweest en daar ontdaan van hun ruwe en aardse sporen. Zelfs de suggestie van leer, die wordt aangegeven, ervaar ik niet als zodanig.
Verwarrend is ook het feit dat van L’Essence verder wordt vermeld dat het ‘door het accent van naaldbomen herinnert aan de bemoste geur die op bepaalde momenten van de dag door het bos wordt afgegeven’. Dat deed toch de geur van het viooltjesblad, want de hars van naaldbomen ruik ik niet.
RUIK & VERGELIJK
Hopelijk leest Nicolas Ghesquière dit ook, dan leert hij dat groene geuren au contraire typisch mannelijk zijn. Ik noem slechts:
Klassiek groen:
Balmain Vent Vert (1945)
Estée Lauder Private Collection (1974)
Sisley Eau de Campagne (1975)
Nieuw-groen klassiek:
Annick Goutal Folavril (1981)
Etro Palais Jamais (1989)
Nieuw groen:
Mono di Orio Amytius (2008)
Byredo Green (2008)
Guerlain – Un Parfum, Une Ville – Tokyo (2009)
Issey Miyake A Scent (2009)
Annick Goutal Nimfeo mio (2010)

