THE SWEET SMELL OF COGNAC
Jaar van lancering: 2002
Laatst aangepast: 05/07/10
Neus: onbekend
Wikipedia meldt onder meer over het jaar 1270 dat toen de laatste kruistocht in gang werd gezet, dat de in 1226 geboren Franse koning Lodewijk de Heilige overleed ten gevolge van de pest (tijdens die kruistocht), de Schotse patriot William Wallace werd geboren (overleed in 1305) en dat in Afrika Yekuno Amlak, na de Ethiopische Zagwe-dynastie aan kant te hebben gezet, de troon opeist. Wat Wikipedia niet meldt is dat in hetzelfde jaar een familie – Frapin – zich vestigde als wijnbouwers in de Cognacstreek: naam van het nu gelijknamige en wereldberoemde cognachuis. Sinds 2002 ontwikkelt het ook geuren, bedacht en ontwikkeld door Béatrice Cointreau – verdomd, een ver familielid van inderdaad ‘die’ Cointreau die ook in 1724 Rémy Martin heeft opgericht – kleinkind van Pierre Frapin. Of achter-achter-kleinkind van deze Pierre, dat is me niet geheel duidelijk.
Het was trouwens deze (bet-over)grootvader die haar aanzette tot de parfumtak. Sterker, het is een hommage aan hem, want in alle Frapin-geuren komen haar kinderjaren naar boven die ze beleefde op het familielandgoed. Ruik aan de geuren – Terre de Sarment, Esprit de Fleurs, Passion Boisée, Caravelle Epicée (alle vier 2007), L’Humaniste (2009) – en je weet dat haar jeugdherinneringen heel prettig zijn geweest.
1270 is de eerste geur en genoemd dus naar het ‘oprichtingsjaar’ van het huis en geïnspireerd door de geur van cognac. De link tussen cognac maken en parfumcreatie is hechter dan je misschien denkt: hoe beter de kwaliteit van de ingrediënten en de grond waarop ze geteeld wordt, des te beter het uiteindelijke resultaat. Om over het rijpingsproces maar te zwijgen. Dat ruik je goed in 1270: het is een geur die lang ‘op vat’ heeft gelegen. Dat wil zeggen: het is geen een-twee-drie-hupsakee-klaar-geur, maar een uitgelezen parfum die mooi langzaam zijn noten prijsgeeft. En je kunt 1270 omschrijven gelijk een cognac: rijp, vol, warm en fluwelig met geconfijte vruchten en een ‘notige’ en zoetige afdronk.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Opvallend: de geur heeft een sterke gourmand-link, kent geen klassiek-frisse opening en ook geen langzame overgang naar het hart en vervolgens de basis. Je wordt direct meegenomen naar donkere Frapin-kelders waar ‘cognac in vaten ligt te rijpen’.
Echt gourmand: rozijn (ruik je goed), gesuikerde sinaasappel (idem), pruim (idem). Ze geven samen een sensatie die eigen is aan cognac, maar dan lichter maar wel met een zekere alcoholische toets. Wat ik niet ruik: de opgevoerde wijngaardbloem. Hazelnoot, cacao, honing en vanille versterken het gourmandeffect van 1270, ‘stoer’ gemaakt door ‘exotische houtsoorten’ en leer. Maar dat wil niet zeggen dat je met een typische mannengeur te maken hebt.
1270 is voor mij androgyn; een geur die de sfeer oproept van een comfortabele living op een eeuwenoud kasteel of een tot luxehotel verbouwd ‘antiek’ landhuis met open haard, veel houten lambriseringen, leren clubfauteuils en de geur van tabak, leer en cognac.
RUIK & VERGELIJK
De wereld van cognac is ook inspiratiebron geweest voor:
Thierry Mugler La Part des Anges (2007)
