DUISTER, DONKER, ZOET AFRIKA
Jaar van lancering: 2006
Laatst bijgewerkt: 10/05/10
Neus: Pierre Guillaume
Er zijn niet veel neuzen die zich laten inspireren door Afrika. Jammer. Genoeg aanknopingspunten lijkt me. Denk ik aan dit continent in combinatie met parfum dan ruik ik intens ebbenhout. Had wat dat betreft vorig jaar een buitengewone ervaring. Een vriendin van mij met een kunsthandel vroeg of ik haar wou helpen om ‘een oude partij’ Afrikaanse maskers en fetishbeelden van hout te categoriseren.
De opslagplaats waar zich het bevond was een half jaar niet gelucht. De geur die wij opsnoven bij binnenkomst was overweldigend. De collectie verspreidde een indringende all over-houtsensatie: droog, zonnig, exotisch, stroef en strak omgeven door een rokerige wierookwaas. Heel intrigerend. Je zou het zo met de scent track-technologie willen vastleggen.
Pierre Guillaume liet zich voor Aomassaï inspireren door Zuid-Afrika en de Baoulé-stam die onderdeel is van een groter etnische groep genaamd Akan en nu leeft aan de Ivoorkust. Deze stam is vooral bekend om zijn houten maskers (zie foto links) die ze dragen tijdens religieuze riten. Het brengt ze in contact met de spirituele wereld. Guillaume moet zeer zoete herinneringen hebben aan zijn verblijf in Afrika, want Aomassaï is een gourmandgeur par excellence. Sterker, de eerste indruk lijkt wel of je staat tussen de resten van een net ontplofte banketbakkerij. De zoetigheden vliegen je als het ware om de oren. Hoewel iets te zoet voor mij, is het wel een mooie en evenwichtige geur geworden en dat komt volgens mij door…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… dat alle zoetigheden in de drydown worden getemperd door een elegante, droge houtnoot waardoor Aomassaï eigenlijk heel klassiek wordt. Maar eerst is er de explosie van caramel vermengd met geroosterd hazelnoot. Bonbonbommetje! Gelukkig wordt dit snel ‘salonfähig’ gemaakt door een licht-fris bloemige noot van citrus en oranjebloesem. Mooi.
Ik ruik ook wat ‘onbestemde’ kruiden… kruidnagel, kaneel…? Dan de afdaling naar de basis waarin al het banketbakkersgenot wordt opgezogen door hout. En wel vetiver, wengé, zoethout en ‘gedroogde grassoorten’. En hierover een lichtgeblazen wind van wierook. Ook wordt er melding gemaakt van harssoorten. Kan volgens mij alleen maar cistus labdanum zijn. Laatste rook ik onlangs in pure vorm. Voor mij een mix van musk- en ambergrisnuances vermengd met likeur.
Lekker! Als Aomassaï een tijdje op je huid zit, dan ruik je heel mooi de ‘geroosterde hazelnoot op hout’-sensatie. Ook prettig: het ontbreken van vanille. Want deze gefermenteerde peul heeft vaak als nadeel dat het geuren te glad en ‘te makkelijk’ oosters maakt.
RUIK & VERGELIJK
Nog een paar nichegeuren waarin je wordt getrakteerd op de zalige zoetigheden afkomstig van de banketbakker.
Serge Lutens Rahat Loukoum (1998)
The People of the Labyrinths Luctor et Emergo (1998)
Guerlain – Elixirs Charnels – Gourmand Coquin (2008)

