EEN SADISTISCH GEURGENOEGEN
Jaar van lancering: 2008
Laatst bijgewerkt: 24/02/10
Neus: Gérard Ghislain
Artistic direction: Gérard Ghislain
Inspiratie vorm het begin van creatie, het realiseren van een gedachte, van een ‘droom’ die in je hoofd rondgaat. Ook in de parfumwereld wordt inspiratie – al zou je het niet altijd denken – nog steeds als een zeer groot goed beschouwd. Wordt alleen steeds moeilijker origineel te zijn, om de boodschap in een onverwachte vorm te gieten.
Parfum en liefde… boring. Parfum als een voorjaarstuin… kennen wel al. Parfum en de eeuwige golven van de oceaan… gaap. Parfum als zoektocht naar de absolute geur van een bepaald ingrediënt… twee keer gaap. Parfum dat het het beste in de drager naar boven haalt, je weer in contact brengt met je ware ik… doei-doei. Wat dan? Nou, een jaartal bijvoorbeeld waarin een belangrijk persoon werd geboren en hier rondom een geur creëren. Is dit origineel… weet het niet. Je kunt ook zeggen: letterlijk en figuurlijk vergezocht. Maar als het resultaat interessant is? En dat zijn alle geuren van Histoires de Parfum.
In 1740 werd Marquis de Sade geboren (overleed in 1814). Iedereen kent de naam, maar bijna niemand heeft ook maar een woord van hem gelezen. En dat maakt deze libertijn wellicht tot de minst begrepen auteur aller tijden wiens achternaam synoniem is geworden met donkere kant van seksbeleving, erotiek en bizarre spelletjes waarin het draait om macht en dominantie. Nu vaak verward met kinky, zweepjes en latex. Ik zou zeggen: lees Justine ou les Malheurs de la Vertu (1788) en je piept wel anders.
Marquis de Sade en een ‘op maat’ gemaakt parfum. Hoe ruikt zoiets? Voor mij een combinatie van ‘wufte’ noten – viooltje, roos en iris ongelooflijk zoet gemaakt – die vervolgens ‘afglijden’ naar een dierlijk en puur seksparfum. Dus heel veel civet, ambergris en musk. Kortom een troebel parfum! Gérard Ghislain koos voor de gulden middenweg. Dat wil zeggen een geur die warm-sensueel is met een bloemige ondertoon. Ik vind 1740 lekker en verveelt niet snel. Geldt trouwens voor alle geuren van zijn hand. Jammer dat het er zoveel zijn!
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Hoofdrolspeler in 1740 is de strobloem (foto) met zijn donker, vol-sensuele geur die (volgens de een) ruikt naar drop, (volgens de ander) naar vanille gedrenkt in kruiden. Voorafgegaan door bergamot en davana sensualis – een grassoort oorspronkelijk afkomstig uit Afrika.
Gaat hier een mooi verbond aan met koriander en kardemon. Kortom, kruidigheid en sensualiteit verenigd. De afronding met veel patchoeli, cederhout, cistus labdanum, leer, berk (met zijn beroemde leernoot) en vanille garandeert een intens houtige-zwoele afronding. Maar wat niet in de ingrediëntenlijst staat opgegeven en wat ik toch ruik: de roos, of in ieder geval een zoete bloemennoot. En die fuseert heel elegant met de strobloem.
RUIK & VERGELIJK
Strobloem, zo wordt bij ons de ‘immortelle’ genoemd omdat die ooit veel werd verwerkt in droogbloemboeketten. Andere naam: kerrieplant. En dat heeft weer met de kleur te maken als je de gedroogde bloemen fijnwrijft in je handen. Onderga de geur ervan heel intens in:
Annick Goutal Sables (1985)
Lolita Lempicka L (2006)
