DE ZOETE VERLEIDING VAN
HET NABIJE EN VERRE OOSTEN
Jaar van lancering: 2010
Laatst bijgewerkt: 08/07/2012
Neus: Bernard Ellena
Flaconontwerp: Joël Desgrippes
Is een kwestie van smaak. En over smaak valt niet te twisten. Of wel? In ieder geval: zijn de ‘flacons nieuwe stijl’ – begonnen met Féerie uit 2008 – van Van Cleef & Arpels nu prachtig of lelijk? Wat ook kan: dat ik deze nieuwe manier van ‘juwelenpresentatie’ – mega uitvergrote objecten die zweven tussen kunst en kitsch (‘bij ons’ populair gemaakt door Marcel Wanders) nog niet begrijp. Zo ook Oriens. Hierin staat de spirituele schoonheid centraal van de Oriënt ‘dat aansluit bij de creatieve kern van de Parijse juwelier’.
In feite vloeien in Oriens ‘afbeeldingen van Boeddha’, de Collection Privée (uit 1927), de broche Divinité (uit 1968) en de iconische bloemen van de Collection Jardin (uit 2007) – een hommage aan de schoonheid van Japanse tuinen – samen. De kleur van de ‘steen’ op de dop is gebaseerd op de edelsteen toermalijn en ‘overtreft alle bestaande kleurdefinities’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ofwel een palet van roze, rode en groen nuances met licht reflecterende facetten’. En dat kun je ook van de geur zeggen, want Oriens wordt omschreven als een chypre, een fruitig bloemenparfum. Ik zeg: Oriens is een neo-chypre door het ontbreken van eikenmos in de basis. In plaats hiervan een huwelijk tussen patchoeli en gourmandachtige noten (typisch voor een neo-chypre) én het rode fruit opening.
In Oriens zwarte bes en framboos gecombineerd met mandarijn. Het hart is heel klassiek. Volgens de ingrediëntenlijst alleen jasmijn. En zoals gezegd de basis van patchoeli en praline. Eindresultaat: een oosters parfum met een hoog Guerlaingehalte. Dit is geen kritiek, maar een constatering. Dat wil zeggen: geuren die het parfumhuis recent in zijn exclusieve lijnen presenteert – Boisé Torride uit 2009, Tonka Impériale uit 2010 – vallen ook op door de zoete gourmandfinish in combinatie met oosterse noten.
In 2012 verschijnt een… waterversie: Aqua Oriens. Waarom vraag je je af. Je wil wel of niet oosters ruiken, lijkt me. Maar als je gek bent op de flacon, kun je ondertussen genieten van een geur die voor inspiratie op zoek ging naar de blauwe lagune van Tahiti. Opgeroepen door Nathalie Feistauer met peer en limoen in de opening.
Hierachter houdt zich een luchtig boeket schuil van frisbloemig honingachtig oranjebloesem en kamperfoelie. En toch blijft het gourmandaspect van Oriens gehandhaafd – alleen minder present – in de basis: met amber en musk. Alleen voor mij iets te veel (witte) musk.
RUIK & VERGELIJK
Aangezien eikenmos huidirritaties kan opleveren, mag het door Europese regelgeving nog maar minimaal aangewend worden in geuren. ‘Een ramp voor de chypre-famile’, zoals Jean-Paul Guerlain me tijdens een interview in 2008 vertelde. Hij heeft gelijk. Het donkere, vochtige bosgevoel kun je hierdoor bijna niet meer oproepen.
Het antwoord van de parfumindustrie: neo-chypres. Zachte geuren met een oosterse allure. Eikenmos is vervangen door heel veel patchoeli (vaak in combinatie met vetiver) en zoete noten zoals vanille, tonkaboon en gourmand-accenten. Dat ruik je niet alleen goed in Oriens, maar ook in:
Guerlain – Les Elixirs Charnel – Chypre Fatal (2008)
Tom Ford White Patchouli (2008)
Lancôme Hypnôse Senses (2009)

