MODERN PARFUM MET GUERLAINESKE ALLURE
UIT DE GOUDEN JAREN VAN HET PARFUM
Jaar van lancering: 2000
Laatst bijgewerkt: 14/12/09
Neus: Dominique Ropion
Wanneer weet je dat je met een buitengewone geur te maken hebt? Het antwoord volgens mij: als je de geur niet een, twee, drie begrijpt. De eerste kennismaking is de naam, dan ruik je. In je hoofd gaat de naam spelen met de ingrediënten. En toch blijf je iets ondefinieerbaars ruiken dat je vier, vijf, zes, zeven kunt analyseren en duiden. Ik had het vanaf de eerst snif van Une Fleur de Cassie. Je weet direct: hier gaat iets byzonders gebeuren. Net zoals als Musc Ravageur (uit dezelfde serie en hetzelfde jaar) doet de geuren denken aan vooroorlogse Guerlains en Carons de periode die wel wordt gezien als de gouden jaren van het parfum.
Komt door het complexe en rijke karakter en het niet willen oproepen van een duidelijk herkenbaar ‘bloemengevoel’ maar van een abstract idee dat doet denken aan bloemen. Je kunt alleen niet direct je vinger opleggen welke nu precies. Je ruikt acht, negen, tien de verschillende hoofdrolspelers – met name jasmijn, kassie en mimosa – die in Fleur de Cassie samenvloeien tot een parfum dat – volgens Frédéric Malle – is gemaakt als een – vooroorlogse – couturejurk voor de echte parfumconnaisseur.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Une Fleur de Cassie begint heel onbestemd, niet als een klassiek Frans parfum. Geen bergamotopening maar iets dat lijkt op brem en meidoorn, dus bloemig-houtigs. Is dat al de aankondiging van het sandelhout in de basis? Zit er trouwens helemaal naast wat je ruikt is in feite een sillage van het beste mimosa, jasmijn en cassie die versterkt wordt door de kruidige anjer en de zoete roos. In de nasleep worden deze bloemen getrakteerd op vanille, musk en ruik je op prachtige wijze warm sandelhout waar de zon hardnekkig op heeft geschenen.
Even over cassie – heet in het Nederlands kassia – en heeft niets met cassis te maken. Het is net zoals mimosa een acaciasoort officieel genaamd Acaci farnesia. Alleen verschilt hij in geur – minder zoet – en groei: de struik vormt een enorme stekelige bossen waar tussen de kleine goudbolletjes bloeien. Heeft in het Engels leuke bijnamen gekregen: Dead Finish, Prickly Moses, Needle Bush, Sheep s Briar, Sponge Wattle, Thorny Feather Wattle, Ellington’s Curse.
RUIK & VERGELIJK
Frédéric Malle startte in 2000 zijn uitgeverij in parfums omdat hij ontevreden was met de kwaliteit en visie van de grote jongens uit de industrie. Hij besloot neuzen samen te brengen die parfums mochten samenstellen waarin inspiratie boven marketing komt en zo min mogelijk naar de onkosten wordt gekeken om tot prachtparfums te komen. Met Dominique Ropion kan hij het blijkbaar heel goed vinden.
Frédéric Malle Vetiver Extraordinaire (2002)
Frédéric Malle Carnal Flower (2005)
Frédéric Malle Géranium pour Monsieur (2009)
