BACK TO THE SEVENTIES
Jaar van lancering: 2007
Laatst bijgewerkt: 02/12/09
Neus: Tom Ford en… onbekend
Flacon en presentatie: Tom Ford
Tom Ford zegt dat hij zich voor Private Blend door twee stijlperioden heeft laten inspireren: de art deco van de jaren dertig. Zie de ‘best wel’ indrukwekkende presentatie. En de klassieke moderne chic van de jaren zeventig. Dat laatste slaat vooral op de inhoud. Het is de periode – binnen het parfumspectrum welteverstaan – die eigenlijk ophield te bestaan met de lancering van Yves Saint Laurents Opium (1977). Voor die tijd, zo zegt men vaak, haalde inspiratie het beste naar boven in neuzen, parfumhuizen en couturiers. De mooiste en meest eigenzinnige geuren tot gevolg. Daarna nam de marketing de handel over: het bepaalde naam, ‘gevoel’, concept en imago. De geur zelf deed er steeds minder toe.
Tom Fords Purple Patchouli is duidelijk ‘so seventies’ voor 1977. Het draait hier 100 procent om de geur. Alhoewel ik de kleuraanduiding niet begrijp – geldt ook voor zijn White Patchouli uit 2008 – is de geur precies wat je je bij een ‘klassieke’ patchoeli voorstelt. Donker, houtig, intens en laten we niet vergeten: bloemig. Broeierige sensualiteit in een regenwoud waar de zon doorheen schijnt.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Er gaat het gerucht dat sommige geuren uit de Private Blend-serie ‘infused’ zijn met grass, de softdrug. Inderdaad stuff. Mocht het waar zijn, dan zit het zeker in Purple Patchouli. De geur opent namelijk zo weirdo groen (met citrusaccenten) die inderdaad doet denken aan… en trouwens pure patchoeli heeft van zichzelf ook een beetje een grass-achtige geur
Wanneer deze ‘hasjwalm’ is overgewaaid, moet je een orchidee-akkoord ruiken. Ik niet. Wel: patchoelie die aan heftigheid wint door een sterke en mooie leernoot. Samen gaan ze op weg naar de basis waar deze hout-leercombi een superzachte landing maakt op een bedje van amber, Peru-balsem en vetiver. Nou vooruit, nog wat patchoeli.
RUIK & VERGELIJK
Drie patchoeligeuren om te vergelijken. De eerste staat symbool voor de jaren zestig- en zeventig love, peace & happinessgedachte bezongen door vrije vogels terug van hun spirituele reis uit India (denk er op de achtergrond de citarmuziek bij die de Beatles in hun ‘bevrijde’ plaatopnamen gebruikten).
De tweede is een klassiek-moderne interpretatie van dit geliefde kruid. Minder ‘eigen’ dan Purple Patchouli, maar wel zoals een moderne ‘zware’ patchoeligeur hoort te ruiken. De derde volgt ook het spoor van patchoeli op een moderne en tegelijkertijd klassieke manier.
Reminiscence Patchouli (1970)
Serge Lutens Borneo 1834 (2005)
Le Labo Patchouli 24 (2006)
