DE KONINKLIJKE IRIS
‘ZOET- EN ZOETHOUTIG’ GEMAAKT
Jaar van lancering: 2009
Laatst bijgewerkt: 15/09/09
Neus: Emilie Copperman
De klassieke parfumleveranciers zijn bezig met een inhaalslag. Wil zeggen: aangespoord door de nichehuizen leveren ze nu exclusieve lijnen die – afgezien van het winstoogmerk – slechts een doel hebben: mensen op niveau van parfums laten genieten gemaakt van de beste grondstoffen. Giorgio Armani noemt ze Privé, Hermès Hermessence (beide 2004), Givenchy Récolte, Guerlain L’Art et Matière (beide 2005), Chanel Les Exclusifs (2007) en Van Cleef & Arpels La Collection Extraordinaire (anno 2009).
De Parijse juwelier zie het sextet (misschien volgend jaar uitgebreid) als ‘couture parfumerie’. Wat de zes verbindt is excellente authenciteit, hoge kwaliteit en puurheid van materialen. Lijkt me gezien de doelstelling niet meer dan logisch. Nog een sleutelwoord: ongekunsteldheid. Dat uit zich met name in de presentatie. Gelijk een juweel is iedere eenvoudige flacon gesigneerd met een stempel op de onderkant en ieder parfum ‘gepersonaliseerd’ met naam en nummer – ‘een wijze van identificatie vaak door parfumhuizen toegepast’. Bij het laatste vraag ik me af op die nummers ergens voor staan of lukraak op de computer zijn ingetikt.
Een van de zes heet Bois d’Iris 10549AD. Ik zeg: Je moet maar durven! Nóg een pure irisgeur op nicheniveau! Ik zeg: je moet maar durven. Een geur exact de naam geven van die van een ‘concurrent’ – Bois d’Iris van The Different Company. Wat zegt dit over de juwelier, wat zegt dit over de iris? Het antwoord volgens mij: Van Cleef & Arpels heeft het laatste wellicht over het hoofd gezien (stom dat wel) en vond dat twee aspecten van deze edele en diffuse wortel nog niet eerder in een geur zijn benadrukt: de houtachtige en sensuele kant.
Als je aan de geur ruikt, dan weet je dat Van Cleef & Arpels – of beter gezegd de neus – hierin is geslaagd. En wel op een zeer originele manier. En de pure irisparfumfan krijgt en weer een geur bij die zal meedingen naar ‘de lekkerste irisgeur aller tijden’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Iris ruikt zacht en poederig, maar ook stroef en houtig. Dat laatste wordt versterkt door denkbeeldig ‘irishout’ te laten aanspoelen waar het wordt overspoeld door zout water. Het gevolg: iris ruikt nog wel zacht en poederig, stroef en houtig maar ook zilt en rokerig. Dat laatste wordt versterkt door de warme nuances van wierook en mirre. Het sensuele aspect wordt geleverd door ambergris – wordt niet vermeld of het de echte betreft – en de warme nuances van wierook en mirre. Eindresultaat: Bois d’Iris 10549AD, een pure irisgeur die anders is.
RUIK & VERGELIJK
De nichesector en neo-nichesector (met de laatste bedoel ik parfumhuizen die nichelijnen presenteren) doen niet aan geslachtsdiscriminatie.
Ze willen liefhebbers van uitzondelijke kwaliteit de kans geven nog meer te genieten van hun favoriete ingrediënt of tak aan de parfumboom.
De iriswortel voorzien van een extra koninklijke allure, ruik je onder meer in:
Serge Lutens Iris Silver Mist (1994)
Hermès Hiris (1999)
Frédéric Malle Iris Poudré (2000)
The Different Company Bois d’Iris (2001)
Chanel – Les Exclusifs – 28 La Pausa (2007)
