EEN JEUGDHERINNERING AAN WARME ZOMERS
Jaar van lancering: 2006
Laatst bijgewerkt: 20/06/08
Neus: Maurice Roucel
Lolita Lempicka vroeg me in oktober 2005 of ik met haar in Parijs wou kennismaken met haar tweede parfum voor de vrouw. Je veux bien! De reden dat ik dit zei: de ontwerpster is zo’n fascinerende vrouw omdat ze als het ware de personificatie is van la Parisienne die als geen ander weet hoe ze haar charmes moet benadrukken en haar ‘nadelen’ weet te verbergen.
Maar er is meer. Lolita Lempicka is zelf het grote voorbeeld van de nieuwe romantische stijl die ze populair heeft gemaakt. Ook prettig: bij Lempicka komt inspiratie voor marketing. En dat voel je, zie je en ruik je natuurlijk in L. Het is geïnspireerd – zie de geur – op haar zomervakanties aan de Middellandse zee toen ze nog klein, nog onwetend en nog onschuldig was. Daarom zweeft het, net zoals haar eerste parfum, tussen poëzie, fantasie en droom. Toch is het waar! Je het kunt voelen en ruiken.
En dat alles perfect afgewerkt (hoewel ik zelf niet zo’n boudoirstijl-fan ben): de verpakking, de flacon met ‘couturedetails’ en natuurlijk de geur. Lempicka wachtte lang voor ze met een tweede geur kwam. L lag negen jaar in een blauw koraalhart op de bodem van zee te rijpen voor Lolita als een sirene in het zilte water dook om haar schat op te duiken.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Lolita Lempicka nodigde voor L Maurice Roucel uit, omdat deze neus volgens haar de gave heeft mooie, ‘ronde’ en intense parfums samen te stellen die opvallen door de hoeveelheid vanille in de basis. Voor het zover is, ruik je in L eerst bergamot en sinaasappel. In het hart speelt immortelle de hoofdrol die in de basis door musk en vanille worden begeleid.
Immortelle? Wie er eenmaal aan heeft geroken, vergeet de geur nooit weer. Elegant, warm met een zilte nasleep. Sommige moeten denken aan drop. De struik groeit voornamelijk in Zuid-Frankrijk langs de kuststreken. In Nederland is de plant bekend als strobloem; hij wordt veel in droogbloemboeketten verwerkt. De tweede bijnaam is kerrieplant omdat weer anderen bij het ruiken eraan aan de zwoelheid en warmte van dit Indiase kruidenmengsel moeten denken.
Door het te vermengen in L maakt het dit indringende oosterse parfum tot een van de opvallendste introducties van 2006. We gaan nog verder: deze geur zou onder een andere naam zich ook thuis gevoeld hebben in het ‘fonds’ van Frederic Malle en de L’Art et la Matière-serie van Guerlain. Want warm, vol, overvloedig en je ruikt de hoge kwaliteit van de ingrediënten.
RUIK & VERGELIJK
Zoals gezegd kenmerken zich de geuren van Maurice Roucel door een zachte en verfijnde basis van vanille. Hoe anders vanille deze zachtheid elke keer weer prijsgeeft, ruik je goed in de volgende moderne klassiekers van zijn hand.
Rochas Tocade (1994)
Hermès 24, Faubourg (1995)
Frédéric Malle Musc Ravageur (2000)
Guerlain L’Instant de Guerlain (2003)
