PARIJS, CHAMPS-ELYSEES, OH-LA-LA EN
DE VROUW DIE HAAR EIGEN LOT BEPAALT
Jaar van lancering: 1996
Laatst bijgewerkt: 05/10/12
Neus: onbekend later eau de parfum-versie verbeterd door Jean-Paul Guerlain
Model: Sophie Marceau, Gisèle Bundchen
Art director: onbekend
Flaconontwerp: Robert Granai
We noemen het een overgangsparfum. Niet voor de vrouw die zich in deze – best wel – moeilijke periode van het leven bevindt, wel dat de geur werd gemaakt toen Guerlain net onderdeel was geworden van LVMH, ‘s wereld grootste luxe conglomeraat. Dat betekende: elkaar verkennen en voorzichtig aftasten. Het schijnt dat de algemeen directeur hiervan, Bernard Arnault, bepaald niet gecharmeerd was over de initiële campagne: model in romantische tuin, zittend in een soort toverboom. Of het niet wat meer edgy kon? Meer nu (de smaak van toen). Meer geëmancipeerd. Minder statig. Minder tuttig. Minder ouderwets. Dus werd actrice Sophie Marceau – toen in Frankrijk een typische a-typische beauty – ingehuurd die in arty-farty zwart-wit het gevoel waar Champs-Elysées anno 1996 voor stond te verbeelden.
Veel klassieke Guerlain-adepten hadden moeite met deze kijk op Parijse romantiek en het Franse ‘oh-la-la’-gevoel. Vonden het te weinig ‘klassiek Guerlain’. Zwarte rozen… voor een geur die ‘geel’ ruikt, pardon? In 2000 volgde een meer lifestyle-glamourachtige presentatie met model Gisèle Bundchen. Ook niet het gewenste effect. Voor de kenners: Guerlain gebruikte de naam al eerder in 1904. Logisch het huis heeft er zijn flagshipstore. Op nr 68. Met de flacon is trouwens iets vreemds aan de hand: als je goed kijkt zie je de Arc de Triomphe erin, maar dan in gedraaid perspectief. Is mij nooit gelukt.
Inmiddels is Guerlain weer terug bij af: sinds 2004 heeft het huis zijn wortels herontdekt en doet het (eindelijk) weer waar het goed in is: het maken van superbe parfums. Sommige zijn zo goed: Rose Barbare uit de serie L‘Art et la Matière (2005), Chypre Fatal uit de serie Elixirs Charnels (2008) dat je het huis de vaak overbodige uitstapjes (zoals Lights of Champs-Elysées uit 2006 voor het taxfree-circuit) vergeeft.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Als je van mimosa houdt, dan zit je goed met Champs-Elysées. Wereldwijd waren dat niet de miljoenen waar Guerlain op gehoopt had. Ook niet nadat Jean-Paul Guerlain de eau de parfum-versie had aangepast. Het verhaal gaat dat hij het eerste resultaat van de ingehuurde neus (naam niet meer te achterhalen), m**** vond.
Ik vond het meevallen. Let wel: ik ben een mimosafan. Wat opvalt is de zachtheid van het geheel: zonlicht schijnend over fluweel. Merk je direct in de fruitig-zoete opening: zwarte bes, perzik, meloen, viooltje met een vleugje anijs – die doet denken aan de signatuur van Edmond Roudnitska (een van de grootste eeuwen van de twintigste eeuw). Het hart van Champs-Elysées: een gulle hand mimosa, bloemiger gemaakt door pioenroos voorzien van een frisgroen randje met lelietje-van-dalen. De afronding maakt deze zonnige bloemenweelde nog zachter: vanille, benzoïne, ceder- en sandelhout.
RUIK & VERGELIJK
In 1996 lanceerden bijna alle huizen die er toe doen een nieuw groots parfum. Nu doen ze het bijna elk jaar. Logisch dat de meesten uit de gratie zijn geraakt bij het grote publiek.
Chanel Allure (1996)
Givenchy Organza (1996)
Gucci Envy (1996)
Calvin Klein ck Be (1996)
Joop! All About Eve (1996)
Kenzo Jungle (1996)
Versace Blonde (1996)

