EEN ‘EVOCATIEF’ KRUID
Jaar van lancering: 1973, nieuwe versie 1993
Laatst aangepast: 14/04/09
Neus: Jacqueline Couturier
Flaconontwerp: Jean Couturier
Dat durfden maar weinig entrepreneurs begin jaren zeventig: een nieuw parfumhuis opzetten. Deed je het, dan was je meestal een couturier met een redelijke naamsbekendheid gesteund door een cosmeticareus. Toch openden twee nieuwe huizen hun deuren in Parijs: Jacomo (est 1971) en Jean Couturier (est 1973). Over beide is eigenlijk weinig bekend wie er achter schuilgaan. Wel dat beide ‘avant niche’-huizen in het begin in de parfumwereld (later minder door zwalkend beleid) worden gewaardeerd omdat ze ieder op hun beurt een grensverleggend parfum hebben gecreëerd die later als een klassieker werd gehuldigd. De parfumdoop van Jean Couturier was trouwens direct raak: Coriandre werd met gejubel ontvangen. De eerste reden: het is zo’n aangenaam, duidelijke en donkere chypregeur.
De tweede: de geur contrasteerde opvallend met de ‘licht-groene’-geurentrend van Lancôme’s Ô (1969), Chanel N°19 (1970), Diors Diorella (1972) en Sikkim van Lancôme (1973). En er was natuurlijk de naam, die verrassend mag worden genoemd, en nieuwsgierig maakte. Want in 1973 werd dit kruid door nog maar weinig westerlingen gegeten. En hiermee bewees Couturier dat je met een bekende en tegelijkertijd onbekende naam een hele fantasiewereld kunt oproepen – een van de succesingrediënten van een goed parfum. Maar nu: ruikt de geur ook naar de naam? En: hoe ruikt koriander eigenlijk? Een beetje donker, een beetje houtig, een beetje stroef. Tenminste de tot poeder vermalen zaadjes zo populair in de Aziatische keuken. En in olie-vorm, neemt de intensiteit alleen maar toe. Komt dan een beetje in de buurt van patchoeli. Waar het om gaat, is meer het idee dan de werkelijke geur van koriander. En daarin is Jacqueline Couturier, opgeleid in Grasse en afkomstig uit een familie van parfumeurs – naar wordt beweerd – geslaagd.
Let op! Er zijn mensen die ronduit een hekel hebben aan koriander. Bij het ruiken krijgen ze visioenen van rotte vis ronddrijvend in een vervuilde zee. Valt iets voor te zeggen: ben je er niet aan gewend, dan heeft koriander inderdaad iets ‘viezigs’. Doet heel vaag denken aan zee vol met algen. Maar dan hebben we het dames en heren over het bladgroen. Want de vermalen zaden van de plant verspreiden een zacht-warme geur met pikant accent – bekend in de Aziatische keuken.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Zoals zoveel ‘oude’ geuren, heeft Coriandre een transformatie ondergaan. In 1993.
Dat wil zeggen: de pure animale noten zijn vervangen door synthetische (hoeft per definitie niet een negatief effect te hebben) en is de basis minder diep en donker. Coriandre opent, hoe kan het ook anders, met… koriander (foto). Gaat mooi samen met het groenige engelwortel en zoetzwoele en frisse oranjebloesem. Voor het volle, ‘vettige’ effect zorgen aldehyden. Het hart: een perfecte opmaat voor een klassieke chypre, dus veel bloemen: roos, geranium en jasmijn zacht gemaakt door iris. De basis: patchoeli, sandelhout, vetiver en ‘civet’ maken het chypre-genot compleet.
RUIK & VERGELIJK
Een ouderwetse chypre, kom daar maar eens om! Ze leiden de laatste jaren een schaduwbestaan. Je moet ze met een vergrootglas zoeken in de parfumerie. Op internet heb je meer kans.Daar is trouwens een hele handel ontstaan in originele versies van klassieke parfums. Maakt fans vaak niet uit dat de flacons al voor de helft leeg zijn. Hieronder nog drie prachtige, maar beetje vergeten donkere jaren zeventig chypres.
Oscar de la Renta Oscar de le Renta (1977)
Rochas Mystère (1978)
Balmain Ivoire (1979)

