HET LAATSTE PARFUM VAN ANNICK GOUTAL
HET MEEST FIJNZINNIGE PARFUM VAN ANNICK GOUTAL
Jaar van lancering: 1999
Laatst bijgewerkt: 14/09/12
Neus: Annick Goutal
Flaconontwerp: Annick Goutal/Joël Desgrippes
Ce Soir ou Jamais is Annick Goutals parfumtestament; kort na de voltooiing overleed ze aan de ziekte die haar jarenlang in haar greep had. Het idee ervoor speelde al jaren in haar gedachten. Ze liet de naam in 1985 vastleggen (onder dezelfde naam verscheen in 1927 trouwens al een parfum van Offenthal). En aan de ontwikkeling werkte ze ’in het geheim‘. Ze liet er af en toe wat over los: ‘Ik heb het veertien jaar in mijn geest laten rijpen. Het is een vrouwelijk parfum waarvan mannen lyrisch raken, het is een manifestatie van sublieme vrouwelijkheid die niet vermindert en dus onvergetelijk is’.
Brigitte Taittinger Warren, directrice Annick Goutal Parfums, herinnert zich het nog allemaal, zoals blijkt uit een interview in de Franse marie Claire: ‘Annick had zich in de strijd geworpen als betrof het een aangenomen uitdaging. Niets verder was belangrijk. Hetgeen zij wilde zou een vermogen kosten. Op een zekere dag zei ik: ‘Jij wilt het onmogelijke. We maken het duurste luchtje sinds het ontstaan van de mensheid. Voor die prijs verkopen we misschien 300 flesjes aan collectioneurs. Maar zij antwoordde: ‘Jij begrijpt er geen snars van. Bij een parfum draait alles om geur. De Turkse roos blijft erin. De overige 160 ingrediënten blijven erin. Ik verander niets en ik haar er niets uit. Het is alles of niets!’ Toen ontstond een race tegen de klok. Want Annick lag vanaf maart weer in het ziekenhuis. Hoe meer ze achteruit ging, hoe meer ze behoefte had om te creëren, hoe meer ze streefde naar perfectie. Voor haar was Ce Soir ou Jamais een bekroning en een pijnlijk afscheid omdat ze wist dat zij het eindresultaat wellicht niet zou zien’.
Dat is gelukkig niet gebeurd. En kon ze tevreden vaststellen dat de flacon die ze in gedachten had perfect uitgevoerd was. Het is gebaseerd op een antiek beursje dat ze ooit aan het begin van haar parfumcarrière had gekocht. Ze liet het aan de ontwerper Joël Desgrippes zien en zei: ‘Dit is wat ik wil, als ik dit beursje op tafel zet wil ik deze levendigheid, deze beweging zien. Ik wil die mooie afwisseling van doorzichtig en ondoorzichtig glas van de flacons van Lalique uit het begin van deze eeuw’ – zie foto onder aan
Leuk detail: in 1999 verschenen ook grote geuren van Dior (J’adore), Hermès (Hiris), Lalique (Le Baiser) en Van Cleef & Arpels (Birmane) en L’Artisan Parfumeur (Dzing!), maar Brigitte Taittinger Warren wist Annick Goutal te verzekeren, dat wat de ontvangst betreft ‘ze niets te vrezen hadden’. En ze heeft gelijk gekregen: Ce Soir ou Jamais verbaast (nog steeds) door zijn complexiteit en pure helderheid. Tenslotte: Ce Soir ou Jamais is een prachtig afscheid, niet alleen voor Annick Goutal maar ook voor de parfumwereld in het algemeen op de drempel van het nieuwe millennium.
Want met dit parfum gaf Annick Goutal een duidelijk teken af: parfums overtuigen alleen wanneer ze een ziel en een verhaal hebben. En raar maar waar, na haar dood zien we de sterke en bijna niet te stoppen opleving van hetgeen zij ooit was begonnen: het ene nieuwe nichemerk na de ander opent zijn deuren. En de klassieke leveranciers hebben zich ook flink achter de oren gekrabt. Ze zijn, zo lijkt het, in groepstherapie gegaan. De uitkomst van deze bezinningsbijeenkomst: ook aan parfums waarin de marketing het moet afleggen tegen creativiteit en bezieling, wordt weer veel ruimte geboden.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
‘Een vrouwelijk parfum waar mannen lyrisch van raken’. Aldus Annick Goutal. En het klopt. Er zijn verhalen bekend van vrouwen die bij het dragen van dit parfum mannen achter zich aan kregen, tot aan het hinderlijke toe. Geloof je in het cliché dat met parfums mannen als was worden in je handen, dan is Ce Soir ou Jamais het prototype. Let wel: de man die dit parfum ‘begrijpt’ heeft net zoals de draagster – hier volgt weer een cliché – gevoel voor raffinement verpakt in een ondefinieerbaar aura.
En nu de ingrediënten. En dat is vervelend. Annick Goutal geeft de code van Ce Soir ou Jamais niet prijs. Het enige wat ze erover kwijt wil: Turkse Roos (de knoppen), jasmijn, ambrette en kruidnagel.
Wat je ruikt is de roos in al zijn zoete, fluwelen, poederige, bloemige en tegelijkertijd ruwe verfijning. De andere 147 ingrediënten blijven geheim. Maar als je het een keer weet, dan ruik je de ambrette en kruidnagel heel goed, ze geven aan de andere rozen een muskachtige en poederig-gekruide toets.
RUIK & VERGELIJK
Helemaal vergeten te vertellen: wat een prachtnaam voor een geur. En Ce Soir ou Jamais vergelijken met andere parfums is heiligschennis. Wel moet je weten dat Annick Goutal nog een aantal geuren heeft gemaakt waarin de roos de hoofdrol speelt.
Annick Goutal Rose Absolue (1984)
Annick Goutal Heure Exquise (1984)
Annick Goutal Rose Splendide (2010)

